Koppermaandag

Koppermaandag is de eerste maandag na Driekoningen (6 januari).

Gilden

Op koppermaandag hielden de gilden traditioneel een feestdag. De gildebrieven werden voorgelezen en de privileges die de leden van het gilde genoten, werden opgesomd.
Vervolgens trokken de gildelieden de stad in om geld in te zamelen dat vervolgens werd verbrast. Zo sloten zij de donkere periode rond de kortste dag af.

De naam stamt waarschijnlijk van kopperen dat "feestvieren" of "smullen" betekent, via kop dat staat voor "beker".

Koppermaandag wordt al in de eerste helft van de 15e eeuw genoemd, maar is waarschijnlijk nog ouder.

Leprozen

In Amsterdam mochten op Koppermaandag en de dag erna de leprozen de stad in, wat normaal streng verboden was. In optocht ging het naar de Dam. Vervolgens werd geld ingezameld voor het Leprozenhuis en kregen de leprozen een maaltijd aangeboden. Vanaf 1604 werd de optocht verboden omdat die teveel overlast veroorzaakte.

Drukkers en Koppermaandagprent

Toen in de 18e eeuw de gilden werden afgeschaft, bleef de traditie van de feestdag alleen in stand onder de drukkers. De gezellen van de drukkers drukten als proeve van vakbekwaamheid een speciale prent met een heilwens erop, de Koppermaandagprent, die zij op Koppermaandag aan de meesterdrukkers en de eigenaar van de drukkerij overhandigden.

In de 19e eeuw werden Koppermaandagprenten aan relaties gestuurd, als geschenk.

In de loop van de twintigste eeuw ging het ritueel vrijwel verloren, doordat men in plaats van Koppermaandagprenten, Kerst- en Nieuwjaarskaarten ging versturen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het gebruik deels weer in ere hersteld. In 1948 gebeurde dat in Haarlem, de stad van Laurens Janszoon Coster, en in 's-Hertogenbosch, Arnhem en Gouda, daarna vanaf 1949 in Drenthe, en later ook in Noord-Brabant, Zeeland en in Groningen. Verscheidene contribuanten van de Stichting Drukwerk in de Marge vervaardigen Kopperuitgaven.

(Bron: Wikipedia)

© 2013 Oomen Offset, Breda